Op maandag 23 februari staat het nieuwe kabinet op het bordes. Dat moment wordt graag verpakt als een frisse start. Maar voor veel ouderen voelt het eerder als het begin van een periode waarin opnieuw vooral naar hen wordt gekeken als kostenpost.
Wij schrijven dit namens de Seniorencoalitie, juist omdat we de noodzaak van keuzes begrijpen. De wereld is onrustig, de begroting staat onder druk, en de zorg loopt tegen grenzen aan. Maar wat in de plannen nu overheerst, is het idee dat vergrijzing vooral een probleem is dat je kleiner maakt door er hard in te snijden. Daarmee wordt iets fundamenteels gemist: ouder worden is óók een succes van onze samenleving. We leven langer, en een groot deel van ons blijft langer vitaal. Dat is geen voetnoot, dat is een uitgangspunt voor beleid.
Toch zien we een stapeling van maatregelen die kwetsbare ouderen direct raakt. Het eigen risico gaat omhoog (van €385 naar €460 in 2027). Er komt een eigen bijdrage voor de wijkverpleging. En de aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt. Dit zijn geen boekhoudkundige details: het zijn keuzes die voelbaar worden in huishoudens waar de ruimte al jaren is verdwenen.
Denk aan een oudere die net zelfstandig woont, met een klein aanvullend pensioen of alleen AOW. Niet iedereen herkent zich in het beeld van de mondige, welvarende pensionado. Voor veel mensen is zorg geen luxe, maar een voorwaarde om het dagelijks leven draaiende te houden. Een hogere drempel via het eigen risico kan betekenen dat men een behandeling uitstelt. Het verdwijnen van aftrekposten kan het verschil maken tussen nét rondkomen of elke maand tekortkomen. En een eigen bijdrage voor wijkverpleging kan, hoe “klein” op papier ook, de keuze dichterbij brengen die niemand wil: minder hulp, meer risico’s, meer stress en uiteindelijk vaak juist zwaardere (en duurdere) zorg.
Daarbovenop wil het kabinet de AOW-leeftijd vanaf 2033 weer direct laten meestijgen met de levensverwachting. Dat klinkt rationeel, maar het treft mensen niet gelijk. Voor wie achter een bureau werkt is langer doorwerken soms haalbaar. Voor wie in ploegendienst draaide, in de bouw stond, jarenlang heeft getild, of mentaal is opgebrand, is het een andere werkelijkheid. Bovendien weten we dat oudere werkenden die hun baan verliezen, nu al moeilijk nieuw werk vinden. Langer “moeten” kan dan makkelijk omslaan in langer vastzitten in onzekerheid, in tijdelijke contracten, in uitval.
Het wringt extra omdat de plannen vergrijzing vooral als zorgrekening behandelen, terwijl het een brede maatschappelijke opgave is. Juist daarom pleiten wij voor samenhangend beleid: wonen, arbeidsmarkt, technologie, welzijn en zorg horen niet naast elkaar te liggen als losse hoofdstukken, maar in één verhaal. Anders schuiven we problemen door van de wijk naar het ziekenhuis, van de werkvloer naar de bijstand, van de woningmarkt naar het verpleeghuis.
Wie de zorg betaalbaar wil houden, begint niet met het verhogen van drempels, maar met het versterken van de sociale basis in wijken en dorpen. Veel hulpvragen van ouderen zijn sociaal of praktisch: eenzaamheid, vervoer, administratie, een valpreventiecursus, een buur die even meekijkt. Als die steun ontbreekt, belanden vragen in de zorg en daar zijn ze duurder én schaars. Structurele investeringen in welzijn, gemeenschappen en lokale netwerken leveren niet alleen menselijkheid op, maar ook ontlasting van de zorg.
Tegelijk moet het kabinet vaart maken met levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen. Zonder passende woningen blijft “langer zelfstandig wonen” een opdracht zonder gereedschap. Als er geen woningen zijn met een lift, met ruimte voor ontmoeting en met zorg dichtbij, dan stokt doorstroming en groeit de druk op mantelzorg en professionals. Het vraagt ruimtelijke keuzes, financiering en vooral: regels die mogelijk maken in plaats van belemmeren.
En als we van mensen verwachten dat ze langer meedoen, dan hoort daar een vergrijzingsbestendige arbeidsmarkt bij: met betere ondersteuning van werkende mantelzorgers, realistische mogelijkheden voor aanpassing van werk, en serieuze inzet op het benutten van onbenut arbeidspotentieel. In een steeds krapper wordende arbeidsmarkt houden we voorzieningen alleen overeind met beleid dat mensen niet uitput, maar vasthoudt.
Tot slot: onderhoud de zorg zelf. Zorg is geen bodemloze put, maar wel een systeem dat het alleen redt als we het verstandig organiseren. Dat betekent: capaciteit en middelen richten op de meest kwetsbare ouderen, investeren in personeel en werkplezier, en technologie stimuleren die echt helpt , zodat ondersteuning vaker laagdrempelig kan, buiten de klassieke zorg, zonder dat mensen verdwalen tussen loketten.
De kern is eenvoudig: maak samenhang leidend in beleid én begrotingen. Dat vraagt samenwerking tussen ministeries, over schotten heen. Want zonder breder demografisch beleid lopen problemen vast tussen domeinen en betaalt uiteindelijk de kwetsbaarste burger de prijs. De Seniorencoalitie heeft al gewaarschuwd dat de plannen het risico op grotere ongelijkheid tussen vitale en kwetsbare ouderen vergroten.
Nederland wordt ouder. Dat is geen dreiging, maar een realiteit en een kans. Maar dan moeten we stoppen met doen alsof vergrijzing alleen een kostenpost is. Als dit kabinet straks echt “aan de slag” wil, laat het dan beginnen met beleid dat recht doet aan wat ouder worden óók is: een leven lang bijdragen, en de verwachting dat je aan het einde niet vooral een bezuinigingsregel bent.

Over de Seniorencoalitie
De Seniorencoalitie is het samenwerkingsverband tussen ANBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, NOOM, SOMNL en de KBO-bonden Noord-Holland, Zuid-Holland en Gelderland. Samen behartigen we de belangen van alle senioren in Nederland. En samen laten we uw stem nóg krachtiger horen. Dat doen we zowel in Den Haag als regionaal en lokaal.
