Er is geen gebruiker ingelogd

WMO

Wmo 2015

Ga direct naar:
Eigen bijdrage WMO

Misverstanden over de Wmo 2015

Veranderingen Wmo 2015 

Eigen bijdrage WMO

U betaalt een eigen bijdrage voor ondersteuning die u thuis krijgt uit de Wmo 2015. Het CAK int de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening in uw gemeente. De hoogte is afhankelijk van uw inkomen, vermogen, leeftijd en gezinssamenstelling.

Hoogte eigen bijdrage Wmo 2015
De hoogte van uw eigen bijdrage hangt af van:

  • uw leeftijd;
  • of u een partner heeft;
  • het verzamelinkomen en vermogen van u en uw partner;
  • de voorzieningen die u krijgt.


Op de website van het CAK kunt u zelf berekenen hoe hoog uw eigen bijdrage is voor de ondersteuning die u thuis krijgt vanuit de Wmo 2015. Dit bedrag kan wel afwijken van het bedrag dat u uiteindelijk moet betalen. De berekening geeft namelijk alleen een globale indicatie.

Heeft u een brief ontvangen van het CAK over uw eigen bijdrage en heeft u vragen? U kunt hier een overzicht downloaden met de meest voorkomende vragen en de antwoorden hierop.

Naar boven


Misverstanden over de Wmo 2015

1. ďAls ik veel inkomen of vermogen heb, krijg ik geen maatschappelijke ondersteuning.Ē
Gemeenten mogen cliŽnten geen ondersteuning weigeren. Dus ook niet omdat ze een hoog inkomen of veel vermogen hebben. Gemeenten mogen wel een hogere eigen bijdrage vragen aan cliŽnten met meer inkomen of vermogen. Maar nooit hoger dan de eigen bijdrage volgens het uitvoeringsbesluit Wmo. In het uitvoeringsbesluit staan regels voor de eigen bijdrage. Die regels gelden voor alle gemeenten. Gemeenten mogen maar op ťťn manier afwijken van de regels in het uitvoeringsbesluit: ze mogen een lagere bijdrage vragen, geen hogere. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de leeftijd en de gezinssamenstelling. Het CAK int de eigen bijdrage.

 
2. ďKinderen, vrienden en buren worden verplicht mij te helpen.Ē
De Wmo 2015 stelt hulp door kinderen, vrienden of buren niet verplicht. Ze zijn dus nooit verplicht om te helpen. Gemeenten mogen wel onderzoeken of het sociale netwerk de cliŽnt kan helpen. De gemeente kan ook rekening houden met deze hulp als ze een aanbod doet aan de cliŽnt. In het gesprek met de cliŽnt moet de gemeente ook vragen of de mantelzorger hulp nodig heeft bij het uitvoeren van zijn taken.


3. ďIk verlies mijn rechtszekerheid en word overgeleverd aan de willekeur van gemeenten.Ē
De Wmo 2015 biedt wel rechtszekerheid voor cliŽnten en beschermt hen tegen willekeur van gemeenten.
Als iemand zich meldt met een vraag om hulp, moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie van de cliŽnt. De gemeente gaat met de cliŽnt en de eventuele mantelzorger in gesprek. Een gratis cliŽntondersteuner kan de cliŽnt helpen in dit gesprek. Blijkt uit dit onderzoek dat de cliŽnt niet kan meedoen in de samenleving of niet zelfredzaam is? Ook niet met hulp van zijn netwerk of door algemene voorzieningen te gebruiken? Dan moet de gemeente een maatwerkvoorziening aanbieden. Algemene voorzieningen zijn er voor alle burgers. Voorbeelden zijn een koffieochtend in het buurthuis, de boodschappenbus of de maaltijdservice. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening. Voorbeelden zijn een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Als de cliŽnt de maatwerkvoorziening niet passend vindt, kan hij bezwaar aantekenen bij de gemeente. En daarna eventueel naar de rechter gaan.


4. ďAls het geld bij de gemeente op is, krijg ik geen ondersteuning meer.Ē
In de wet staat dat de gemeente maatschappelijke ondersteuning moet bieden als iemand niet zelf of met hulp van zijn netwerk kan meedoen in de samenleving of zelfredzaam kan zijn. Gemeenten moeten altijd aan deze wettelijke plicht voldoen. Ook als het geld op is.


5. ďMijn gespecialiseerde dagbesteding wordt wegbezuinigd en de gemeente zal mij afschepen met een algemene voorziening, zoals een activiteit in het buurthuis.Ē
Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen als ze niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam kunnen zijn. Voor sommige mensen is een activiteit in het buurthuis passend. Bijvoorbeeld een koffieochtend bezoeken om eenzaamheid te voorkomen. Voor andere mensen is gespecialiseerde dagbesteding nodig. Bijvoorbeeld om te leren hoe ze structuur aanbrengen in hun dag. In dat geval moeten gemeenten gespecialiseerde dagbesteding aanbieden. Uit het onderzoek dat de gemeente doet, blijkt welke ondersteuning passend is voor een cliŽnt.


6. ďGemeenteambtenaren hebben te weinig kennis van de zorg om te bepalen wat ik nodig heb.Ē
Gemeenten hoeven het onderzoek naar de persoonlijke situatie van cliŽnten niet zelf uit te voeren. Ze kunnen dit uitbesteden aan een andere organisatie. Vaak zijn dit externe organisaties die ervaring hebben met zulke onderzoeken. Ook willen veel gemeenten gaan werken met sociale wijkteams. Dan doen professionals uit het sociale wijkteam het onderzoek. Gemeenten kunnen de onderzoeken ook zelf uitvoeren. Dan moet de gemeente mensen opleiden of in dienst nemen. Zodat er voldoende kennis is om goed onderzoek te doen.


7. ďIk zal moeten vertrekken uit mijn verzorgingstehuis en weer zelfstandig thuis moeten gaan wonen.Ē
Mensen die al in een verzorgingshuis wonen, mogen hier blijven. Ze worden niet gedwongen om weer zelfstandig thuis te gaan wonen. Ze houden hun recht op een plaats in een instelling. Mensen moeten misschien wel verhuizen naar een ander verzorgingshuis. Omdat hun eigen verzorgingshuis gaat sluiten. Bijvoorbeeld omdat er te weinig mensen wonen of omdat het gebouw te oud is. Vanaf 2015 worden de voorwaarden voor wonen in een instelling strenger. Die voorwaarden gelden dan voor nieuwe cliŽnten. Dit is het gevolg van het kabinetsbeleid om mensen langer thuis te laten wonen.


8. ďHet is afhankelijk van de goede bui van de Wmo-consulent of ik de hulp krijg die ik nodig heb.Ē
Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen die niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam zijn. De bui van de Wmo-consulent mag geen invloed hebben op deze wettelijke taak. Daarom staan in de wet regels voor een juiste behandeling van cliŽnten. Bijvoorbeeld hoe gemeenten het onderzoek moeten uitvoeren. En dat cliŽnten zich kunnen laten helpen door een cliŽntondersteuner. En dat een cliŽnt bezwaar en beroep kan aantekenen als hij het aanbod van de gemeente niet passend vindt.


9. ďDe gemeente mag mijn persoonsgebonden budget (pgb) afpakken.Ē
Na onderzoek kunnen gemeente een cliŽnt een maatwerkvoorziening aanbieden. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening. Voorbeelden zijn een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Mensen die een maatwerkvoorziening krijgen, kunnen kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). Maar alleen als ze voldoen aan twee voorwaarden. De eerste is dat de cliŽnt het pgb goed moet kunnen beheren. De tweede is dat de cliŽnt met het pgb veilige en goede ondersteuning moet inkopen.


10. ďGemeenten krijgen de beschikking over mijn medische dossier.Ē
Gemeenten krijgen geen medische dossiers te zien. De gemeente mag bijvoorbeeld alleen weten dat iemand een indicatie voor de nieuwe Wet langdurige zorg heeft. De gemeente krijgt niet te zien wat er in het dossier staat. De gemeente mag alleen gegevens bekijken als u daar toestemming voor geeft. En alleen als het voor uw aanvraag voor hulp belangrijk is. Bovendien hebben alle artsen, ook de huisarts, een medisch beroepsgeheim.
Gemeenten krijgen gegevens om de juiste ondersteuning te kunnen regelen per cliŽnt.
Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) en zorgkantoren leveren een selectie van de indicatie en declaratiegegevens. Toestemming van de cliŽnt is voor deze overdracht niet nodig. Nadat uw gemeente uw gegevens heeft ontvangen kan de gemeente contact met u opnemen om bijvoorbeeld te praten over uw ondersteuning.
De gemeente krijgt geen (medische) dossiers. Zijn die gegevens wel nodig voor een goede beoordeling van uw ondersteuningsbehoefte? Dan zal de gemeente u vragen die gegevens aan te leveren. Of uw toestemming vragen om die gegevens op te vragen bij bijvoorbeeld de aanbieder.

bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport /25072014

Naar boven


Veranderingen Wmo 2015


De regels voor hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gaan veranderen. Vanaf 2015 gaan gemeenten taken uitvoeren die nu nog onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vallen.

Wetsvoorstel Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat de veranderingen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt. Ook de Eerste Kamer heeft op 8 juli 2014 het plan goedgekeurd. Hiermee is de nieuwe Wmo 2015 een feit en treedt 1 januari 2015 in werking. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de Wmo 2015 en daarmee voor een belangrijk deel van de ondersteuning aan mensen zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. En andere mensen kunnen blijven ontmoeten. Wij ontvangen signalen dat gemeenten in 2014 al bezig zijn met de invoering van deze nieuwe wet.

In de nieuwe Wmo

  • wordt mogelijk gemaakt dat meer mensen dan nu met ondersteuning en zorg thuis kunnen blijven wonen.
  • zijn gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning van burgers, zodat die kunnen participeren. Deze ondersteuning is voor verschillende doelen beschikbaar, zoals begeleiding en participatie.
  • wordt extramurale persoonlijke verzorging niet overgeheveld naar de verantwoordelijkheid van gemeenten, maar deze wordt bij de zorgverzekeraars onder gebracht. Onder persoonlijke verzorging valt hulp bij het aankleden, eten, drinken, wassen, toiletgebruik e.d. en eenvoudige verpleegkundige handelingen.
  • blijft meer budget beschikbaar dan eerder voorzien, zodat gemeenten op maat huishoudelijke ondersteuning kunnen bieden: 60% (Ä530 mln extra) in plaats van 25% van het budget
  • komt een recht op het persoonsgebonden budget, onder stringente voorwaarden en fraudebestendig
  • wordt er Ä 50 miljoen uitgetrokken om sociale wijkteams in te richten
  • blijft cliŽntondersteuning bestaan, zodat een cliŽnt zich kan laten bijstaan bij de aanvraag. De AWBZ - middelen hiervoor worden overgeheveld naar gemeenten (MEE)
  • is er een vangnet waarmee gemeenten steun kunnen bieden, ofwel via Wmo - voorzieningen ofwel inkomenssteun via de bijzondere bijstand.
  • Het budget hiervoor loopt op tot ruim Ä700 miljoen in 2017. De huidige landelijke regelingen voor inkomenssteun verdwijnen.

Begeleiding naar Wmo
Begeleiding valt nu nog onder de AWBZ. Maar gemeenten kunnen beter inspelen op lokale omstandigheden en de zorgbehoefte van cliŽnten. Daarom wil het kabinet dat de gemeente vanaf 2015 ondersteuning en begeleiding aan huis levert. Deze taken vallen dan onder de Wmo. Gemeenten krijgen zelf de vrijheid om te bepalen wie de voorzieningen uit de Wmo echt nodig heeft.

Huishoudelijke hulp alleen als dat echt nodig is
Verder wil het kabinet de eisen veranderen voor huishoudelijke hulp via de Wmo. Om vanaf 2015 in aanmerking te komen moet u de huishoudelijke hulp hard nodig hebben en niet zelf kunnen betalen. De gemeente beslist hierover.

Persoongebondenbudget (Pgb)
De gemeente kan onder voorwaarden een persoonsgebonden budget (pgb) verstrekken. Deze voorwaarden zijn aangepast. Met een pgb kunt u zelf de ondersteuning inkopen die u nodig heeft, op de tijd en plaats die u het beste uitkomt. De Sociale Verzekeringsbank doet namens de gemeente de betaling rechtstreejs aan de zorgaanbieder.

Eigen bijdrage
Gemeenten mogen voor de ondersteuning die zij bieden een eigen bijdrage vragen. De eigen bijdrage is afhankelijk van de leeftijd, het inkomen en het vermogen van de cliŽnt en diens partner. Het CAK int de eigen bijdrage.

Sociale wijkteams
Iedere gemeente organiseert de ondersteuning op zijn eigen manier. In veel gemeenten komen sociale wijkteams waar mensen terecht kunnen met hun hulpvraag. Wat het wijkteam precies doet, verschilt per gemeente.

Overgangsrecht in Wmo 2015
Voor mensen die een AWBZ-indicatie hebben die doorloopt in 2015 is een overgangsregeling gemaakt.

VOA
U kunt bij de vrijwillige ouderen adviseur bij de KBO afdeling in uw woonplaats informeren naar de mogelijkheden die er zijn voor u of voor uw ouders. Zij kunnen u begeleiden, ook bij het zogenaamde Ďkeukentafelgesprekí.

Naar boven