Er is geen gebruiker ingelogd

Gezondheidvoorlichting

Gezondheidsvoorlichting

Een goede gezondheid is voor ieder mens van groot belang.

De KBO en de KBO-PCOB maken zich daarom als vertegenwoordigers van de oudere zorgvragers sterk voor een goede gezondheidszorg. Wij vinden dat zorg betaalbaar, bereikbaar en van voldoende kwaliteit moet zijn.

Ga direct naar:

Het levenstestament

Goed oud worden in een veranderende samenleving

Tijd voor respijt

Valpreventie

 

Levenstestament

Wat is het verschil tussen een testament en een levenstestament?

Testament
Een testament is van belang voor als u komt te overlijden, het is een beschikking waarbij u verklaart wat er na uw dood met al uw bezittingen moet gebeuren. Het testament wordt opgemaakt en vastgesteld door de notaris, het wordt door u getekend in bijzijn van de notaris en getuigen.

Levenstestament
Een levenstestament regelt uw wil en wensen terwijl u nog in leven bent en waar moet u dan aan denken?
Stel: u wordt plotseling heel erg ziek, krijgt een ongeluk, gaat dementeren en kunt niet meer voor uzelf opkomen of uw (geld)zaken regelen. Wat dan? Veelal gaan verschillende mensen zich ermee bezig houden en lang niet altijd op een manier die u voorstaat.

In een levenstestament geeft u een volmacht aan één of meerdere personen en maakt u uw persoonlijke wensen kenbaar. In een levenstestament benoemt u mensen die u onvoorwaardelijk vertrouwt. U kunt bijvoorbeeld iemand een volmacht geven voor uw financiën. Het is mogelijk een andere persoon te machtigen om uw persoonlijke verzorging te regelen of u heeft daarmee besproken hoe er met de artsen gecommuniceerd moet worden. Deze mensen kunnen dus uw wensen uit uw naam kenbaar maken en uitvoeren. Medisch gezien zou het ook kunnen gaan over het wel of niet toestemming geven voor het doen van medische behandelingen. Ook past hierin een verklaring om niet te behandelen. Vaak wordt gedacht dat bij medische vraagstukken de kinderen of een broer/zus dit voor ons gaan verwoorden, maar daar hoeft de behandelaar geen rekening mee te houden. Dit kan tot veel verwarring gaan leiden. Een gevolmachtigde mag uit uw naam spreken als u dat zelf niet meer kunt. In geval van een afgesloten levenstestament is dat rechtsgeldig.

Als u zelf de regie over uw eigen leven wilt houden ook wanneer u dat niet meer kan, dan is een levenstestament een oplossing. Echter, het is wel zo dat om een levenstestament af te sluiten u wils bekwaam moet zijn, u moet beslissingen kunnen nemen. Praat er eens over met uw huisarts en laat u informeren door de notaris. Meer informatie: www.hetlevenstestament.nl.

Een levenstestament stelt de cliënt in staat zelf de regie te houden. Dat past in de ontwikkeling van het besef dat de wettelijke beschermingsmaatregelen curatele, bewind en mentorschap alleen moeten worden toegepast als dat noodzakelijk en proportioneel is. Dat wil zeggen dat er geen andere passende, minder in het privéleven ingrijpende maatregel mogelijk is. Als de bij levenstestament getroffen regelingen goed functioneren, dan is het levenstestament een passende en minder ingrijpende voorziening in die zin. Overheidsingrijpen, door het uitspreken van curatele, bewind of mentorschap, moet dan achterwege blijven. Voor het geval dat toch nodig is, bevat het levenstestament wensen ten aanzien van de personen die de volmachtgever tot curator, bewindvoerder en/of mentor benoemd zou willen zien worden.

 
Agaath Vermast


Terug naar boven

Goed oud worden in een veranderende samenleving

Ouder worden gaat over het zoeken naar balans. Evenwicht vinden tussen dingen die altijd vanzelfsprekend leken, maar steeds vaker moeite kosten, of dat nu fysiek of geestelijk is. Omgaan met beperkingen of ziekte, op je eigen manier invulling geven aan je leven en blijven deelnemen aan de samenleving is voor sommige ouderen geen enkel probleem. Anderen hebben meer ondersteuning nodig. Voor ouderen zelf zijn er tien aandachtspunten.

Er zijn ouderen die goed in balans weten en te blijven en ouderen die dat niet lukt. Dat heeft te maken met factoren als mate van vitaliteit, sociaal economische situatie, aanwezigheid van medische problematiek en de sterkte van het (sociale) netwerk. Ouderen die uit balans raken zijn meer afhankelijk van ondersteuning en zorg.
Toch hebben beide groepen ouderen ook veel gemeen. In gesprekken met en documenten van ouderen vertellen zij dat de zorg en ondersteuning die ze krijgen moet bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van hun leven.

Zo goed mogelijk leven
Ouderen willen – net als iedereen – een zo goed en prettig mogelijk leven. Dat ‘ouder worden vaak met gebreken komt’, betekend niet dat de aandacht alleen moet uitgaan naar die gebreken. Immers, iemand is meer dan zijn aandoening of zijn leeftijd.
Iedereen wil een leven dat past bij de eigen levensopvattingen en ambities.
Contacten onderhouden met de mensen om je heen is daarbij essentieel. Ook een veilige en vertrouwde omgeving is van belang, zeker als je te maken krijgt met ziekte en beperkingen. Die omgeving, maar ook verminderde mobiliteit, mag geen belemmering vormen om mee te kunnen doen. En als er ondersteuning of zorg nodig is, moeten die eraan bijdragen dat mensen hun eigen leven zo goed mogelijk kunnen blijven inrichten. Dat kan alleen als zorg en ondersteuning aansluiten bij de eigen cultuur, religie, identiteit, seksuele geaardheid en gebruiken.

Tien speerpunten voor goed oud worden
Wat vinden ouderen belangrijk als het gaat om goed oud worden? Tien aandachtspunten komen naar voren:

  1. Zelf de regie houden
  2. Thuis wonen met zorg dichtbij
  3. Beschikbaarheid van aangepaste woningen
  4. Problemen voorkomen door preventie en vroegtijdig signaleren
  5. Duidelijke en toegankelijke informatie
  6. Eén aanspreekpunt en onafhankelijke ondersteuning
  7. Respectvolle en vriendelijke bejegening
  8. Samenwerking en afstemming
  9. Betaalbare zorg
  10. Versterken van het sociale netwerk

1. Zelf de regie houden
Afhankelijk zijn/worden van zorg en/of ondersteuning moet geen belemmering zijn om zelf invulling te blijven geven aan het leven. Ouderen willen net als iedereen zelf kunnen bepalen hoe ze wonen, en met wie. Ook over het runnen van hun huishouden, de invulling van hun dag of wie namens hen mag beslissen, is zeggenschap een randvoorwaarde. Datzelfde geldt voor de eigen invloed op hoe de zorg en ondersteuning eruit ziet. Dit klinkt voor de hand liggend, maar te vaak merken ouderen dat over hen gepraat wordt in plaats van met hen. Dit geldt in het dagelijks leven, maar ook in de ontwikkeling van beleid of van producten en technologie. Zeker in de tijd van de transitie lijken systemen en budgetten het kader en daarmee belangrijker dan de mensen.

2. Thuis wonen en zorg dichtbij
De meeste ouderen willen graag zelfstandig thuis wonen. Helaas lukt dat in lang niet alle gevallen. Er komt een omslagpunt waarop thuis wonen niet langer wenselijk, haalbaar of veilig is. Bij de meeste mensen is dit een geleidelijk proces: een combinatie van afnemende mobiliteit, een niet langer passende woonsituatie, niet planbare zorg, een gevoel van onveiligheid en overbelasting van de mantelzorg maken dat het thuis niet langer gaat. In andere gevallen maakt juist een acute situatie thuis wonen niet langer mogelijk, zoals wanneer een partner overlijdt of wanneer door een ongeval de fysieke situatie dusdanig verslechtert dat een andere oplossing moet worden gezocht. Bij de transities is het dus van wezenlijk belang dat het netwerk van informele en formele zorgverleners samenwerkt en passende samenhangende zorg en ondersteuning op maat kan leveren.

3. Beschikbaarheid van aangepaste woningen
Bij zo lang mogelijk thuis wonen, zijn een goede, betaalbare aangepaste woning, een sociaal netwerk om op terug te vallen en toegang tot zorg en ondersteuning aan huis of in de directe omgeving belangrijke randvoorwaarden. Senioren hebben hoge verwachtingen van nieuwe technologische ontwikkelingen op het vlak van domotica en schermzorg. Zij zien hier de meerwaarde van in. Het draagt bij aan de toepasbaarheid als het ouderenperspectief is meegenomen bij de ontwikkeling. Zo wordt gewaarborgd dat deze toepassingen gebruiksvriendelijk en inpasbaar zijn in het dagelijks leven.
Ouderen hebben zelf de verantwoordelijkheid om tijdig na te denken over hun wooncarrière: wat is in de toekomst in mijn huis nodig om zelfstandig te blijven wonen? Zo kun je tijdig voorsorteren op een geschikte woning. Probleem hierbij is veelal de beschik- en betaalbaarheid van dergelijke woningen. Ook de locatie van de woningen is essentieel. Een aangepaste woning op een plek ver van het sociale netwerk maakt het moeilijk om een beroep op datzelfde netwerk te doen.

4. Problemen voorkómen door preventie en vroegtijdig signaleren
Preventie is een thema dat volgens ouderen nog te veel onderbelicht blijft. Ouderen willen zo lang mogelijk gezond blijven en zien daarbij een belangrijke rol voor henzelf weggelegd, niet alleen om zelf langer gezond te blijven, maar ook om andere ouderen hierbij te helpen.
Preventie van eenzaamheid is ook van belang. Eenzaamheid heeft een sterk negatief effect op de kwaliteit van leven. Bovendien is eenzaamheid een katalysator als het gaat om de impact van medische aandoeningen op het leven van de oudere. Voor eenzame ouderen is het lastiger een beroep te doen op hun omgeving, waardoor zij eerder een beroep doen op ondersteuning en zorg vanuit professionele hoek.

Meer aandacht voor het voorkomen van eenzaamheid heeft effect op de kwaliteit van leven én levert financieel voordeel op. Werken met sociale wijkteams, ontmoetingspunten creëren en burgerinitiatieven stimuleren, biedt lokaal nieuwe kansen om deze punten daadwerkelijk samen met ouderen op te pakken.

5. Duidelijke en toegankelijke informatie
Om goede rationele keuzes te kunnen maken en zelf de regie te kunnen behouden, is duidelijke en toegankelijke informatie essentieel. Ouderen geven aan dat het hier vaak aan schort. Ze hebben vaak het gevoel dat ze van het kastje naar de muur gestuurd worden en dat informatie niet op hun situatie is toegesneden, te ingewikkeld is of simpelweg te veel om nog te kunnen overzien. Ook is het tijdstip waarop informatie wordt aangeboden relevant. Op het moment dat een onderwerp nog niet speelt, beklijft informatie over dat onderwerp (nog) niet.
Ook vinden ouderen het essentieel dat ze eenvoudig, telefonisch of persoonlijk, aanvullende vragen kunnen stellen, omdat ze informatie niet begrijpen of willen weten wat deze voor hun persoonlijke situatie betekent.

6. Eén aanspreekpunt en onafhankelijke ondersteuning
Ouderen willen terecht kunnen bij één loket en hebben behoefte aan onafhankelijke ondersteuning. Wie ouder wordt en te maken krijgt met ziekte en beperkingen gaat het leven niet opeens opdelen in verschillende domeinen. Je wilt je leven op een zo goed mogelijke manier blijven leiden. De wijze waarop ondersteuning en zorg worden georganiseerd en gefinancierd, mag daarbij geen belemmering zijn. Informatie over de ondersteuning en zorg die je daarbij nodig hebt, wil je op één plek kunnen vinden en op een eenvoudige en toegankelijke manier kunnen aanvragen.
Zeker bij oudere migranten is daarbij een essentiële rol weggelegd voor het informele netwerk, dat een schakel vormt tussen de oudere en de professional. Het informele netwerk bestaat uit religieuze netwerken, zoals binnen moskee, kerk en mandirs, maar ook ouderenorganisaties, migrantenzelforganisatie en het buurtwerk en cultureel werk in de wijk.
Juist de transitie vraagt een goede communicatie, duidelijke op de persoon toegesneden informatie en een aanspreekpunt voor iedereen die ermee te maken krijgt. Ook een vereiste is een ondersteuner die de weg weet in de wereld van zorg en welzijn en die de oudere en zijn naast betrokkenen kan helpen de juiste vragen te stellen.

7. Respectvolle en vriendelijke bejegening
Respectvolle en vriendelijke bejegening lijkt een open deur: dat willen we immers allemaal. Maar de interpretatie van wat vriendelijk en respectvol is, kan uiteenlopen. Ouderen geven aan dat ze veel moeite hebben met de tijdsdruk in contacten met professionals op het vlak van welzijn en zorg. Ook ervaren zij een gebrek aan aandacht. Met als gevolg dat professionals problemen niet oppikken, wat weer tot complicaties kan leiden. Daarbij willen ouderen voor vol aangezien worden en gerespecteerd worden om wie ze zijn als volwaardig mens. Ze willen niet dat er alleen oog is voor hun aandoening(en). Oog voor de levensfase waarin ze zich bevinden en de vraagstukken die daaruit voortkomen, is een extra aandachtspunt. Communicatie met migranten-ouderen vraagt hierbij specifieke aandacht.

8. Samenwerking en afstemming
Ouderen hebben vaak niet te maken met slechts één ziekte of gebrek, maar met een combinatie van verschillende aandoeningen of multi- of co-morbiditeit. Dit maakt dat zij te maken krijgen met een groot aantal professionals op het vlak van welzijn en zorg.
Tel daarbij op de informele zorgverleners als mantelzorgers en/of vrijwilligers die bij de ondersteuning en zorg betrokken zijn. Dat alles maakt goede afstemming noodzakelijk. In die grote groep betrokkenen om de oudere heen is het essentieel dat duidelijk is bij wie men terecht kan met vragen. Er moet één persoon zijn die de zorg coördineert en voor afstemming tussen de verschillende zorgverleners zorgt. Daarnaast is het belangrijk dat zorg en ondersteuning zo dicht mogelijk bij de oudere zelf worden georganiseerd en dat zo min mogelijk verschillende mensen bij de oudere over de vloer komen.

9. Betaalbare zorg
Als het gaat om het hervormen van langdurige zorg hebben ouderen de stellige overtuiging dat meer aandacht voor gezond oud worden, ondersteuning en zorg meer op maat bieden en omschakelen naar een brede, holistische visie op de oudere mens leidt tot een lagere rekening.
De maatschappelijke discussie over de betaalbaarheid van de zorg gaat meestal over stijgende zorgkosten en minder besteedbare middelen. Ouderen maken zich in die discussie vooral zorgen over wat de financiële gevolgen zullen zijn voor hun persoonlijke situatie. Zij beseffen als geen ander dat de samenleving zorgvuldig met gemeenschappelijke middelen om moet gaan.
De bezuinigingen en decentralisaties leiden echter tot grote onzekerheid. Men is ongerust over de financiële consequenties van de hervormingen voor ouderen. Wat gebeurt er met eigen bijdragen? Met (verhogingen van) het eigen risico? Met het beperken van hun aanspraak op zorg en ondersteuning?
Voor ouderen is het belangrijk dat zij niet onevenredig zwaar geraakt worden door de bezuinigingen op zorg en ondersteuning. Er moet oog zijn voor de stapeling van extra kosten. Denk bijvoorbeeld aan de eigen bijdragen en aan het wegvallen van compensatie van het eigen risico en de tegemoetkoming voor chronisch zieken. Extra zorgen zijn er voor de consequenties voor ouderen die financieel kwetsbaar zijn, zoals mensen die langdurig afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning en oudere migranten met een slechtere financiële situatie.

10. Versterken van het sociale netwerk
Als mensen hun tijd en energie vooral moeten steken in ‘het op de been blijven’, blijft er minder ruimte over voor contact met anderen. Juist deze kwetsbare ouderen lopen een groter risico om in een sociaal isolement terecht te komen. Omdat hun beperkingen participatie belemmeren, verwateren contacten en wordt het isolement vergroot.
Juist nu er verwacht wordt dat mensen meer zelf gaan regelen en vaker een beroep doen op mensen in hun omgeving, is een sociaal netwerk voor ouderen onmisbaar. Ondersteuning bij het versterken van het sociale netwerk zou zich daarom niet alleen moeten richten op het vergroten van het eigen netwerk, maar ook op het zichtbaar maken van wat men nog te bieden heeft aan anderen. Zo ontstaat wederkerigheid in plaats van afhankelijkheid.
Gemeenten zouden het vergroten en versterken van sociale netwerken van ouderen moeten gaan faciliteren. Ouderenorganisaties kunnen hieraan een bijdrage leveren.

[Auteur: Sandrina Sangers, CSO]

Terug naar boven


Tijd voor respijt

Waar zouden we zijn zonder mantelzorgers? In Nederland verlenen ongeveer 3,5 miljoen volwassenen mantelzorg. Mantelzorgers zorgen uit liefde en loyaliteit. Maar om zo lang en zo goed mogelijk te kunnen blijven zorgen, is passende ondersteuning nodig. Als mantelzorgers deze hulp vroegtijdig krijgen, raken zij minder snel overbelast.

Mantelzorgers kunnen kiezen uit verschillende mogelijkheden om de zorg over te dragen. Hebben zij een goed overzicht van de mogelijkheden? Wat kunnen gemeenten en belangenbehartigers daaraan doen?

Waarom respijtzorg?
Mantelzorgers voelen zich steeds zwaarder belast, omdat er meer en meer zorg op hun schouders komt te liggen. In 2001 waren er 300.000 zwaar- en overbelaste mantelzorgers. In 2008 is dat toegenomen tot ruim 450.000 (SCP 2010). Vooral diegenen die lang en intensief zorgen voelen zich belast en hebben de behoefte om af en toe de zorg over te dragen. Deze tijdelijke en volledige zorgovername, ook wel respijtzorg genoemd, helpt mantelzorgers om de zorg langer vol te houden.

Diverse respijtzorgmogelijkheden maar toch drempels
Mantelzorgers kunnen kiezen uit verschillende mogelijkheden om de zorg over te dragen. Zorg kan bijvoorbeeld aan huis of buitenshuis worden verleend, en zorg kan door vrijwilligers en/of professionals worden overgenomen. Een aantal voorbeelden van respijtzorgmogelijkheden zijn logeerhuizen voor kinderen met autisme, dagopvang voor mensen met dementie, vakantieweken voor gehandicapten en hun mantelzorgers, zorgboerderijen voor psychiatrische patiënten en vrijwillige oppas aan huis voor mensen met een fysieke beperking.

Mantelzorgers vinden het prettig dat er verschillende respijtzorgvoorzieningen zijn. Wel maakt het grote aanbod het lastig om een goed overzicht te krijgen van de respijtmogelijkheden. Ook vinden mantelzorgers het moeilijk om de zorg aan anderen over te laten. Pas als ze vertrouwen hebben in de zorgovername durven zij de zorg los te laten. En, alleen als de respijtzorg aansluit bij de wensen van de mantelzorger én de cliënt, geeft de respijtzorg ook daadwerkelijk verlichting. Het Expertisecentrum Mantelzorg brengt in 2011 een handreiking uit die aanbieders van respijtzorg, gemeenten, verwijzers en verzekeraars handvatten biedt voor mantelzorgvriendelijke respijtzorg.

Beperkte toegang tot AWBZ-gefinancierde respijtzorg
Respijtzorg kan via de AWBZ, zorgverzekering of Wmo gefinancierd worden. Door aanscherping van de AWBZ-indicaties kunnen steeds minder mantelzorgers gebruik maken van respijtzorg die door de AWBZ gefinancierd wordt. Alleen mensen met een intensieve, complexe zorgvraag kunnen nog van deze AWBZ-voorzieningen gebruik maken. Dat betekent dat een groeiende groep mantelzorgers van mensen met een grotere zorgvraag, een beroep zal gaan doen op het eigen netwerk en op de gemeentelijke voorzieningen.

Respijtzorg, een taak van de gemeente
De gemeente heeft via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) een algemene verantwoordelijkheid om burgers in staat te stellen mee te doen in de samenleving. Respijtzorg, één van de basisfuncties mantelzorgondersteuning van de gemeente, geeft mantelzorgers de mogelijkheid om te blijven meedoen in de samenleving. De gemeente is vrij te bedenken hoe zij deze respijtzorg vorm geeft, en kan op verschillende manieren een bijdrage leveren: als regisseur, als verwijzer vanuit het Wmo-loket, soms als aanbieder en vaak als financier van (vrijwillig) respijtzorgaanbod.

Aandacht vragen bij gemeenten
Als belangenbehartiger vanuit Wmo-raden, gehandicaptenplatforms en andere adviesraden kunt u de gemeente stimuleren om aandacht te geven aan respijtzorg. Een paar voorbeelden:

• Bekendheid van en informatie over respijtzorg
Mantelzorgers en verwijzers zijn onvoldoende op de hoogte van het beschikbare respijtzorgaanbod. Tijdig gebruik van respijtzorg vraagt om vroegtijdige informatie aan mantelzorgers over bestaande respijtmogelijkheden. De gemeente kan via publiekscampagnes en een goede, actuele sociale kaart bekendheid geven aan de bestaande respijtzorgmogelijkheden. Voorbeelden van gemeenten die publiekscampagnes voeren zijn de gemeente Hilversum en de gemeente Amersfoort.

• Respijtzorg in mantelzorgbeleid
Een goed respijtzorgaanbod voor de verschillende groepen mantelzorgers vraagt helderheid over de wijze waarop respijtzorg lokaal vorm krijgt en welke rol de gemeente en de lokale partners hierin spelen.

• Lokale respijtzorgbehoefte
Een inventarisatie van de respijtzorgbehoefte van de lokale mantelzorgers geeft inzicht in de eventuele missende onderdelen in het bestaande respijtzorgaanbod.

• Toegankelijkheid en tevredenheid van mantelzorgers
Mantelzorgers ervaren diverse drempels bij het uit handen geven van de zorg. In het themadossier ‘Respijtzorg’ op de website van het Expertisecentrum Mantelzorg (www.expertisecentrummantelzorg.nl) vindt u informatie over deze drempels en handvatten om een mantelzorgvriendelijk respijtzorgaanbod te creëren. Een gemeente kan lokale organisaties actief op deze handvatten wijzen en ze stimuleren er gebruik van te maken.

Financiering en ontwikkeling nieuw respijtzorgaanbod
Meestal financiert de gemeente al vrijwillige thuishulp (oppas aan huis). Uitbreiding van het reguliere aanbod is nodig om ook de mantelzorgers van de mensen met een zwaardere zorgvraag te ondersteunen. Samenwerking tussen vrijwillige en professionele zorgorganisaties en het combineren van financieringsstromen is wenselijk om de verschillende groepen mantelzorgers goed te bedienen. Een voorbeeld hiervan is het Respijthuis Alkmaar. Samenwerking met regionale zorgverzekeraars is daarbij goed mogelijk. Wanneer het aantal cliënten met een specifieke respijtbehoefte (denk bijvoorbeeld aan mensen met een meervoudige handicap) te gering is voor een lokaal respijtzorgaanbod, is regionale samenwerking met andere gemeenten nodig.


Goed voorbeeld: vernieuwende respijtzorgvoorziening in Alkmaar
In het Respijthuis Alkmaar worden mensen die intensieve zorg nodig hebben opgevangen (maximaal 6 weken), zodat de mantelzorger even op adem kan komen. Om dit te realiseren hebben gemeente, thuiszorgorganisaties, woningcorporatie, Humanitas en ziekenhuizen de handen ineen geslagen.

Ondersteunende organisaties
Om als belangenbehartiger goed op de hoogte te zijn van de lokale situatie kunt u contact opnemen met:

Steunpunt mantelzorg/mantelzorgmakelaar
Het steunpunt mantelzorg/mantelzorgmakelaar bij u in de buurt kan meer informatie geven over de lokale respijtzorgvoorzieningen en de aansluiting bij de behoeften van mantelzorgers.

Mantelzorgers
Via mantelzorgers hoort u rechtstreeks hun ervaringen met respijtzorg. Vraag gemeenteambtenaren en wethouders mee. Persoonlijke verhalen maken duidelijk waarom goede respijtzorg zo hard nodig is en wat er in de praktijk soms aan schort.

• Lokale respijtzorgvoorziening
Door in gesprek te gaan met respijtzorgorganisaties krijgt u een beter beeld van de doelgroepen, de respijtvoorzieningen en de randvoorwaarden voor een goed respijtzorgaanbod.

Oproep
Het Expertisecentrum Mantelzorg is op zoek naar vernieuwend respijtzorgaanbod. Kent u goede voorbeelden van respijtzorgvoorzieningen waarbij diverse lokale samenwerkingspartners de handen ineen slaan? Laat het ons weten en mail naar Expertisecentrum Mantelzorg [w.vanlier@vilans.nl]

Meer informatie
Impuls respijtzorg
Vilans geeft samen met MOVISIE uitvoering aan het landelijke Expertisecentrum Mantelzorg dat in 2011 een handreiking over respijtzorg ontwikkelt. Deze handreiking biedt aanbieders van respijtzorg, verwijzers, overheden en verzekeraars handvatten voor het realiseren van mantelzorgvriendelijke respijtzorg. Daarnaast heeft het Expertisecentrum Mantelzorg diverse publicaties over respijtzorg uitgebracht.

www.expertisecentrummantelzorg.nl
Respijtwijzer
De website www.respijtwijzer.nl biedt informatie over respijtzorgvoorzieningen in Nederland. Op deze website kunt u respijtzorgvoorzieningen selecteren aan de hand van de negen kwaliteitskenmerken die voor mantelzorgers van belang zijn.

www.respijtwijzer.nl
Vilans
Voor vragen kunt over respijtzorg en Vilans, kunt u contact opnemen met Wendy van Lier, w.vanlier@vilans.nl, T 030 7892404 of Susan Feith, s.feith@vilans.nl, T 030 7892409.

Terug naar boven

Valpreventie: Veilig op de fiets


Fietsen is gezond en zorgt ervoor dat u langer fit en mobiel blijft. Samen fietsen is ook een sociale activiteit, waaraan u juist veel gezelligheid ontleent.


Naarmate mensen ouder worden, neemt de kwetsbaarheid en het risico op ongevallen toe. Dit betekent echter niet dat u beter niet meer de straat op kunt gaan. Integendeel, we kunnen u helpen en stimuleren om veilig mobiel te blijven.
Zo kunt u bijvoorbeeld met andere senioren gevaarlijke situaties voor de fiets in kaart brengen en melden bij de gemeente. Of uw fiets laten nakijken bij een rijwielhandelaar. En wat dacht u van een fietsinformatiedag voor senioren onder leiding van de Fietsersbond.

Fiets
Om veilig op pad te gaan is het belangrijk om een fiets te hebben die veilig is in het gebruik. Een fiets die het gemakkelijk maakt om te starten en remmen voorkomt ongevallen.

  • Zorg dat uw zadel zo is afgesteld dat u goed met uw voeten bij de grond kunt als u op het zadel zit.
  • Een fiets met lage instap, zoals een damesfiets, zorgt ervoor dat u gemakkelijk op en af kunt stappen.
  • Er zijn speciale fietsen, gericht op senioren, zoals een lage instapfiets, driewielfiets of een elektrische fiets.
  • Kies bij een nieuwe fiets voor remmen die u gewend bent (handrem of achteruittraprem), test de rem regelmatig.
  • LED-koplampen geven veel meer licht dan traditionele, dat verbetert het zicht in het donker.
  • Laat uw fiets jaarlijks door een fietsenmaker controleren. Geef uw fiets dan een beurt, waarbij ook de hoogte van het zadel, de aftstelling van de remmen en het stuur gecontroleerd wordt.
  • Gebruik stevige fietstassen aan beide kanten van uw fiets om boodschappen in te vervoeren, vermijd tassen aan het stuur.
  • Zorg dat uw bagage zo is vastgemaakt dat het niet tussen uw spaken kan komen.
  • Vervoer zware bagage niet op de fiets. Zware bagage achterop of aan het stuur kan uw fiets in onbalans brengen.
  • Kies voor een fiets met brede banden zijn die voorzien van goed profiel, pomp de banden regelmatig op.

Elektrische fiets
Heeft u een nieuwe elektrische fiets of overweegt u er een aan te schaffen? Let dan op de volgende punten:

  • Kies een fiets met eenvoudige bediening, dan kunt u uw aandacht op de weg houden.
  • Kies een elektrische fiets die alleen tijdens het fietsen ondersteuning geeft, dat wil zeggen, niet tijdens het wandelen of parkeren.
  • Kies bij een elektrische fiets met remmen die u gewend bent (handrem of achteruittraprem).
  • Maak eerst een proefrit op een rustige plek om vertrouwd te raken met de nieuwe eigenschappen van de fiets.
  • Probeer een nieuwe elektrische fiets eerst uit zonder trapondersteuning en dan eerst in de lichtste stand. Het is even wennen dat de fiets ondersteunt bij het trappen.
  • Test ook het remmen met een nieuwe elektrische fiets, door de hogere snelheid is het goed om te weten hoe hard je kunt remmen.
  • Test het bedienen van de elektrische fiets eerst op een rustige plaats, zodat u daarna uw aandacht bij het verkeer kunt houden.
  • Bedenk dat u sneller fietst dan u gewend bent en dat dat soms ook voor omstanders verrassend is.
  • Gebruik de hoogste stand van ondersteuning liefst alleen als dat echt nodig is (tegenwind, helling) door de hoge snelheid is het moeilijker snel te reageren.

Voorbereiding
Een goede voorbereiding helpt om veilig te fietsen.

  • Draag tijdens het fietsen goede schoenen, zodat u niet van de trappers afglijdt. Pas op wanneer het regent. Uw trappers en / of schoenen zijn dan gladder.
  • Stap liever niet op de fiets bij slecht weer. Bij sneeuw en ijzel, maar ook bij regen kunnen onverwachte gladde plekken op de weg ontstaan.
  • Neem bij een glad wegdek, door regen, sneeuw of zand op de weg, uw fiets liever aan de hand.
  • Om veilig aan het verkeer deel te nemen is het belangrijk om uw ogen en oren regelmatig te laten controleren.
  • Een vari-focusbril is niet altijd geschikt voor op de fiets. Uw opticien weet wat voor u de beste oplossing is.
  • Zorg dat u tijdens het fietsen goed zichtbaar bent, draag geen zwarte maar gekleurde kleding.
  • Als u moeite heeft met achterom kijken, is een fietsspiegel handig om bijv. snelle scooters op tijd te zien.
  • Fietsgymnastiek voor het fietsen helpt om stramme spieren los te krijgen.
  • Controleer regelmatig de banden, zachte banden hebben minder grip in de bochten.
  • Neem bij langere fietstochten uw mobiele telefoon en contactgegevens mee.

In het verkeer
U kunt zelf een rol spelen bij de fietsveiligheid op straat.

  • Voorkom haast en stress; er gebeuren meer ongevallen bij mensen die haastig of gestrest zijn.
  • Neem bij langere fietstochten regelmatig pauze, het liefst bij een zitplaats, eet en drink dan voldoende.
  • Houd ruim afstand van berm of stoeprand (min. 50 cm), dat voorkomt valpartijen.
  • Zorg bij het naast elkaar fietsen dat u vlot en veilig achter elkaar kunt fietsen. Houd in een groep voldoende afstand.
  • Vermijd drukke momenten in het verkeer, bijv. wanneer de scholen uitgaan of tijdens de spits.
  • Denk om de dode hoek van vrachtauto’s; haal niet rechts in en stop niet naast, maar liever achter een vrachtwagen.

Gevaarlijke situaties tijdens het fietsen
Als u regelmatig fiets dan weet u als geen ander welke gevaarlijke situaties u tegenkomt in uw wijk of in een andere verkeerslocaties. U kunt dan denken aan kuilen en hobbels in de weg, gleuven waar uw fietswiel tussen kan blijven steken of losliggende tegels. Maar ook zijn er gevaarlijke verkeerssituaties zoals onoverzichtelijke kruispunten, oversteekplaatsen of rotondes waar u zich niet veilig door voelt.

U kunt zelf een rol spelen bij de fietsveiligheid op straat. Zo is het goed om problemen die u ziet te inventariseren en te melden bij uw gemeente. Om u te helpen bij het inventariseren van fietsknelpunten heeft Consument en Veiligheid een Checklist Fietsknelpunten ontwikkeld. Met de checklist kunt u geheel zelfstandig, of samen met iemand van de gemeente of fietsersbond, de knelpunten in uw omgeving in kaart brengen.

Bron: Consument en Veiligheid

Terug naar boven