Er is geen gebruiker ingelogd

Direct naar:
Ouder Worden 2020-2040

Ouder Worden 2020-2040

11-3 Enige kritische kanttekeningen

Mary van der Horden, lid van de Landelijke Cliëntenraad (LCR), plaatst enige kritische kanttekeningen bij het rapport. Zij zegt hierover het volgende:

De Dialoognota Ouderenzorg 2020-2040 wordt ingeleid met de vermelding dat deze nota een antwoord wil zijn op de vraag, hoe de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van onze ouderenzorg ook voor onze kinderen en kleinkinderen kan worden geborgd. Het leest als een ‘menukaart’, er staan maatregelen in die kunnen zorgen dat de ouderenzorg beschikbaar en betaalbaar blijft. Er staat ook in wat wij ouderen zelf kunnen doen om ons goed voor te bereiden op ouder worden.

Twee zaken zijn ‘randvoorwaarden’ te noemen. Is het huis en de woonomgeving geschikt om te blijven wonen, kan er zorg gegeven worden in mijn huis. En hoe wordt de zorg voor mij geregeld?

Waar woon ik?
In een eerder advies uit 2020: ‘Oud en zelfstandig in 2030, een reisadvies’ wordt geadviseerd om te investeren in het bouwen van diverse woonvormen. Vanuit de ouderenorganisaties wordt al heel lang gepleit voor ‘levensloopbestendig bouwen’.
Dat betekent dat jonge ouders met de (tweeling)kinderwagen het huis in kunnen komen. Dat je bezoek kunt ontvangen die een rolstoel gebruiken. En dat je makkelijk zorg kan krijgen als het nodig is na een ski ongeval of als je leeftijd een aantal handicaps geeft. Gemeenten moeten een woonvisie opstellen en afspraken maken met woningcorporaties, zorgaanbieders en ook burgerinitiatieven de kans geven.
Een probleem dat het bouwen belemmert, is de regelgeving. Er wordt door gemeenten vaak grond verkocht aan de hoogste bieder en dat betekent dat er niet gebouwd gaat worden voor lagere inkomens.

Belangrijk hierbij zijn de volgende punten:

  • Strakke regie op het opstellen van woonvisies en op de woningbouwinspanningen van gemeenten én op de samenwerking met woningcorporaties, marktpartijen en zorgaanbieders.
  • Faciliteren van woningbouwinitiatieven door senioren om vastlopen in procedures zo veel mogelijk te beperken.
  • Eenduidigheid over welke ministerie het voortouw neemt bij bouwen voor ouderen, het beleggen van de vrantwoordelijkheid bij één ministerie is daarbij een zeer serieuze optie.
  • Een verzwaard regiem van bijbehorende wettelijke bevoegdheden inclusief de noodzakelijk aanwijzingsbevoegdheden passen daarbij.

Wie zorgt er voor mij?
Veel zorg start met mantelzorg. Zorg voor je partner of zorg voor ouders, familie of buren. Deze ‘informele’ zorg kan verbeteren. Samenwerking tussen zorgverleners en mantelzorgers is essentieel om zorg op maat te geven.

Wij kennen in Nederland verschillende stelsels, zoals de ‘zorgverzekeringswet’, de ‘wet maatschappelijke ondersteuning’ en de ‘wet langdurige zorg’. Dus ‘de’ ‘ouderenzorg’ bestaat niet. We weten uit onderzoek dat 4 van de 10 zelfstandig wonende 75+ zorg en ondersteuning ontvangen.
Die zorg wordt verleend uit bovengenoemde stelsels. Het blijkt dat de eigen kracht van ouderen vaak overschat wordt, ook de netwerken van de ouderen blijken niet de verwachtingen waar te kunnen maken. De regels zijn complex, waar moet ik zijn? Ook het gegeven dat er gevraagd kan worden voor een onafhankelijke cliëntondersteuner1 is onbekend.
Soms worden ouderen verwezen door de gemeente naar de zorgverzekeraar en meldt de zorgverzekeraar dat iemand gebruik kan maken van de wet maatschappelijke ondersteuning. Omdat de grenzen tussen de verschillende stelsels onduidelijk zijn, worden aanvragen afgewezen. Het is vaak niet meer te begrijpen en dus wordt verdere actie nagelaten met gevolgen die uiteindelijk de zorg toch duurder maken.

Belangrijke aandachtspunten:

  • Er moet samengewerkt worden tussen de verschillende domeinen, zoals de zorgverzekeraar, de gemeentelijke ondersteuning via de Wmo en de langdurige zorg (Wlz).
  • Waardevolle zorg, betekent dat thuiszorg, wijkverpleging, medische specialistische en poliklinische zorg, ziekenhuis en verpleeghuis samen moeten werken.
  • Aandacht voor de mantelzorgers met een aanbod om te ontlasten, met bijvoorbeeld het regelen van ‘respijtzorg’.
  • Aandacht voor preventie.
  • De oudere moet de regie over haar/zijn leven kunnen houden, eventueel met hulp.
  • Minder regels en meer zorg op maat.
  • Beeldbellen met de arts moet toegankelijk zijn. Bij behoefte aan hulp moet dat geregeld worden.

Mary van der Horden
11-03-21


1)  In Noord-Holland is een grote groep onafhankelijke cliëntondersteuners en ouderenadviseurs actief. Informeer hiernaar bij uw lokale KBO. Of klik hier voor meer informatie over de cliëntondersteuning van KBO-NH.

terug naar overzicht