Er is geen gebruiker ingelogd

Direct naar:
Column

Column

Ga direct naar:
Mary van der Horden: “Ik kan het zelf!”
Gastcolumn: Babbeltruc in een flatgebouw
Rea Ruppert: Een dynamische zomer!
Francisca Buur: Koud
Fons Captijn: Het recht van de sterkste
Wim Verhoeven: Het Sprookje van de 100-jarigen
Francisca Buur: Lid
Marianne Castien-van Eijk: Vreemd "bezoek"
Agaath Vermast: Een beetje Dom
Mary van der Horden: Over oud worden en oud zijn
Jan Kramer: Grijze golf is uit
Alle columns die u eerder heeft kunnen lezen op onze website vindt u hier


Door Mary van der Horden

“Ik kan het zelf!”

Hoe vaak hebben we dat van onze kinderen gehoord? Wachten omdat ze zelf een jas willen dichtknopen of veters strikken.
Ik heb dat gevoel ook bij sommige senioren. Bij het ouder worden kunnen gezondheid en welzijn afnemen en kwetsbaarheid toenemen. Maar hulp vragen is heel lastig. En natuurlijk: alles wat je zelf kan, moet je ook niet uit handen geven. Maar soms, is het toch handig om hulp te vragen.

Ik had een vergadering in Utrecht waar we onder andere een inleiding zouden krijgen van het RIVM over vroegopsporing van kwetsbaarheid bij senioren.
Terwijl ik op de bus wachtte in een riant bushokje, kwam een vrouw aanlopen. Ze had voor haar leeftijd een ferme stap.
Ze liep naar het overzicht vertrektijden bussen, pakte pen en blocnote en begon te schrijven. Na een tijdje stopte ze de blocnote glimlachend in haar zak. De pen verdween keurig in haar tas, die ze stevig tegen zich aandrukte. Ze knikte naar mij en ging dezelfde weg terug die ze gekomen was.
Op het bankje zaten jongeren met hun gebogen nek en iPhone onder hun neus. De app vertelt hen precies hoe laat de bus komt en of er vertraging te verwachten valt.

Een paar haltes verder.
Mag ik een enkeltje voor de hond? Vraagt een dame op leeftijd in de bus. Ze wil cash betalen, maar dat kan niet, zegt de buschauffeur. Ze mag gratis mee. Vervolgens zegt ze tegen de hond: “zal mama je optillen?”.
De hond keek haar met een schuin kopje aan en reageerde volgens mij met een zucht.
Ik bedacht dat we het al jaren hebben over ‘eenzaamheid’. Alleen zijn, wil niet per definitie zeggen dat je eenzaam bent. Uit onderzoeken blijkt dat er veel mensen zijn die zichzelf eenzaam noemen en dat komt in alle leeftijdsgroepen voor.

Als ik het maandelijkse blad van onze afdeling ontvang, zie ik weer hoe belangrijk deze activiteiten zijn. Er worden bijeenkomsten aangekondigd met informatieve thema’s. De vrijwillige ouderenadviseur (VOA) is daar aanwezig als vraagbaak. Er worden fietstochten, wandelingen, busreizen en culturele uitstapjes aangeboden. Dit alles is laagdrempelig en toegankelijk.
Het geeft een goed gevoel dat het veel genoemde ‘omzien naar elkaar’ hier handen en voeten wordt gegeven.

Mary van der Horden

Terug naar boven 


Babbeltruc in een flatgebouw

Ik heb een uurtje gerust en het raam van mijn slaapkamer op de veiligheidsuithouder gezet. Rond 15:00 uur wordt gebeld aan mijn voordeur. Blijkbaar iemand die de hoofdingang beneden al is gepasseerd, anders had ik het belsignaal van die ingang gehoord en had ik op een schermpje kunnen zien wie zich aanmeldde.
De betrokkene was echter al boven. Ik deed open en zag een jongeman staan die er uitzag als een besteller. Hij vroeg of ik hem kon helpen. Hij had beneden iets in mijn postvak gedaan dat voor een ander bestemd was. Hij vroeg om papier en pen om een notitie te maken. Ik zei dat ik met hem naar beneden zou gaan.

Hij vroeg om een glas water. Ik haalde een glas, zag dat hij in de gang was gaan staan en verwees hem naar buiten en vulde het glas. Hij nam het tot mijn verbazing mee toen we samen naar beneden gingen. Ik had de voordeur op slot gedaan.
Beneden laat hij plotseling het glas op de grond vallen. Het spat in duizend stukjes en hij begint over stoffer en blik. Ik heb er echter genoeg van en zeg dat hij kan opstappen en ga naar boven om een bezem en een blik te halen. Als ik terugga naar beneden doe ik mijn deur weer op slot.
Nadat ik alles heb opgeveegd ga ik weer naar mijn woning op de eerste verdieping. Pas dan bemerk ik eindelijk dat het raam van mijn slaapkamer schijnbaar nog in de door mij gekozen stand staat maar dat de veiligheidsuithouder is uitgeschakeld: het raam kan gewoon helemaal open. Ik besef dat ik door al dat gedoe was afgeleid en dat er ingebroken is.

Dan wordt ik zelf door de 'politie' gebeld. Ik verstond mijn naam. Zij hebben een jongeman aangehouden die een portefeuille met mijn betaalkaart en een creditkaart had. Pas dan realiseer ik me dat die portefeuille uit mijn slaapkamer ontvreemd is. Ik ben dan vanzelfsprekend uit mijn doen en blij met het snelle en succesvolle handelen van de 'politie'. Het eerste dat nu moet gebeuren – zegt de 'politieman' – is het blokkeren van uw bankkaarten. Wij verbinden u meteen door met de bank, zegt hij. Ik word doorverbonden en de blokkering wordt geregeld. Wel vraagt de 'bankemployé' om de pincode van beide kaarten. Nog steeds blij met de snel geboden hulp geef ik zonder nadenken de pincode van mijn bankpas. Van de creditkaart kende ik die niet uit mijn hoofd. De 'employé' vraagt met klem om die code ook te achterhalen en belt mij in de dagen daarna (ook zondag) daarover nog enkele keren over op, zonder goed resultaat. De 'politie' maakt nog enkele vervolgafspraken met mij.

Inmiddels is mij verteld dat als de bank mij om pincodes heeft gevraagd het hele verhaal niet kan kloppen. Ik besef dat ook en bel nu zelf de politie.
Zij weten niets van afspraken met mij. Ik bel de bank en moet horen dat mijn bankpas en creditkaart niet zijn geblokkeerd. Dit gebeurt uiteraard alsnog vlug, maar de bankrekening is al vrijwel leeg inclusief toegestaan 'rood'. Op verschillende plaatsen in Haarlem is geld uit automaten gehaald. De creditkaart waarvan ik de pincode niet wist, heeft de oplichters niets opgeleverd.

Ik werd dus niet gebeld door de politie en ik werd niet doorverbonden met de bank. Alles is op slimme wijze in scene gezet, met mij als slachtoffer omdat ik mij niet had gerealiseerd dat zelfs de bank die al mijn gegevens beheert niet om een pincode mag vragen.

Hierna werd ik nog gebeld door iemand die zei van de klantenservice van de bank te zijn. Toen ik hem duidelijk maakte dat ik het niet vertrouwde en vroeg wat hij mij wilde zeggen werd de verbinding verbroken. Vanzelfsprekende heb ik inmiddels van dit alles aangifte gedaan. Ik hoorde slachtoffer te zijn geworden van een veel toegepaste truc.

De belangrijkste lering die uit het voorgaande kan worden getrokken is:

  • Kijk als gebeld wordt eerst wie voor de deur staat. Indien de persoon u niet bekend is, doe dan niet open.
  • Geef nooit de pincode van uw bankpas of creditkaart, want uw bank vraagt er nooit om. 
  •  Wordt u gebeld door een onbekende, hang op.

    Dit artikel is verschenen in Aandacht, het afdelingsblad van KBO-PCOB Haarlem. De schrijver is onbekend.

Wilt u reageren op dit bericht: info@kbonoordholland.nl

Terug naar boven

Door Rhea Ruppert

Een dynamische zomer!

Zittend op het tuinterras schijnt boven mij de krachtige zon door de bomen met hun jonge groene bladeren die glinsteren van plezier. Ook de struiken om mij heen getuigen van deze prille zomergroei. Daarnaast staat het ranke gras zo hoog dat het bijna omvalt.

Dit is zomerromantiek! Ik wil niets meer doen, alleen maar luieren en kijken naar deze schoonheid in vormen en kleuren. Hierdoor komt er spontaan een mijmering in me op waarin ik me compleet laat meevoeren.
Ik voel dat ik de kans krijg mezelf weer op te laden met dit bijzondere licht na alle zorgen in de winter! Zeg maar gerust dat de zon wijsheid heeft met een bevrijdende invloed na de beknelling in de koude winterruimtes.
Zo komt mijn originele levenskern naar boven, evenzo alles wat onder de aarde naar het intense levenslicht verlangt. Juist deze ervaring op oudere leeftijd geeft nog meer blijdschap dan het eerste geboortelicht, omdat ik me er nu van bewust ben en mijn geest een pauze voor beschouwing schept om een nieuwe impuls te ontvangen.

Maar, zoals het vaak gaat, staat mijn dagelijks tempo niet zomaar stil, want ik moet altijd zo veel. Toch klopt er iets op mijn deur. Deze opendoen is de volgende stap.
Inspiratie op velerlei gebied is er mee verbonden. Ik wil graag opruimen, alles ordenen en genieten van intense kleuren zodat ik me ga hullen in uitbundige stoffen met exotische prints. Ook wil ik vrolijke muziek horen tijdens zomerfeesten in parken en op pleinen, landelijke proeverijen en zangfestivals.

Dus word ik vanzelf opgetild door de zon boven mij. Dat geld voor alle mensen, mits we er voor openstaan, zodat we uit pure blijdschap onze armen en benen eens flink uitslaan in veelsoortige waterplassen en sportieve klimrekken in de natuur.

Echt, het kan allemaal niet op! Beweeg dynamisch, lach en luister, en pluk vooral de dag!


Rhea Ruppert

Wilt u reageren op deze column? Stuurt u dan uw reactie naar info@kbonoordholland.nl  


Terug naar boven

Door Francisca Buur,
stafmedewerker KBO Noord-Holland

Koud
Begin december is er eindelijk weer eens een flink pak sneeuw gevallen. Heel Nederland in rep en roer. Code oranje werd afgegeven door het KNMI en men werd geadviseerd om niet de weg op te gaan. Na al die jaren van ‘kwakkelwinters’ was dat wel weer even wennen.

We kennen in Nederland natuurlijk best strenge winters. In 2010 was het flink koud met -15°C. En daarvoor hebben we toch ook wel een paar goede winters gekend met af en toe zelfs een 11-stedentocht.
Maar zoals de winter van 1942 zijn er niet veel… In januari 1942 zijn er temperaturen gemeten van wel -20˚ tot -25˚C!

En in die koude winter is mijn moeder geboren. In de kraamkliniek in Haarlem. Haar moeder, mijn oma, moest in de kliniek blijven door (niet al te ernstige) complicaties bij de bevalling. Dat had zij goed bekeken! Lag zij fijn met die extreme kou in dat heerlijke warme hospitaal! Het was tenslotte oorlogstijd en lang niet iedereen had voldoende brandstof.
Maar de baby, Fietje, mocht niet blijven omdat haar moeder geen voeding voor haar had. Fietje werd verzorgd door hààr oma en een ongetrouwde tante. Elke dag sjouwden die dames de kinderwagen met Fietje warm ingebakerd, over de sneeuwhopen door Haarlem naar de kraamkliniek. Zo kon mijn oma toch haar kindje zien.

Mijn opa had ondertussen ook profijt van het verblijf van zijn echtgenote in de kraamkliniek. Hij hield namelijk konijnen op het plaatsje achter het huisje in de Korte Lakenstraat. Maar nu met die kou… De konijnen werden naar binnen gehaald en met hok en al in de huiskamer geplant. Lekker warm.
Gelukkig wist zijn vrouw van niets. Want zij was erg netjes op haar spulletjes: 2 keer per dag kroop zij op haar knieën met stoffer en blik over de kokosmatten en werden de meubels afgestoft en opgewreven.

Toen mijn oma eindelijk uit de kraamkliniek ontslagen was, verbleven zij en de baby nog een aantal weken bij haar moeder om aan te sterken. Elke dag mocht zij iets verder wandelen. En al snel kwam de dag dat zij ver genoeg kon lopen om haar huisje te bezoeken. Och, daar had zij toch wel naar verlangd, even zien hoe de boel er bij stond.
Kunt u zich haar gezicht voorstellen toen zij de konijnenhokken zag staan, midden in haar mooie huiskamertje? Opa kreeg de volle laag en zijn konijnen hebben daarna nooit meer binnen gestaan… de arme dieren.

Francisca Buur

(Deze column is eerder verschenen op deze website. Wilt u ook eens een column schrijven voor onze website? Neemt u dan contact op met Francisca Buur, info@kbonoordholland.nl voor meer informatie)

Terug naar boven

 

Door Wim Verhoeven

Het Sprookje van de 100-jarigen

In een keizerrijk hier ver vandaan leefde een volk dat van oudsher altijd veel respect had getoond voor oudere mensen. Dit kwam tot uitdrukking door de manier waarop men met elkaar omging. Het was gebruikelijk dat de familie voor de ouderen zorgde. Dit veranderde wel snel met de enorme toename van het aantal mensen boven de 65. Voor de verzorging ging men uiteraard gebruikmaken van robots. Gezellige vriendjes zonder ziel, maar het motto is dat je dat waarschijnlijk niet meer merkt als je zo oud bent.

Het was tot die tijd ook gebruikelijk om iemand, die 100 jaar werd een massief zilveren schoteltje te schenken. Dit werd verzorgd door de regering van het land en hierdoor bracht men de waardering voor die personen tot uitdrukking. Het aantal in deze categorie was echter op een bepaald moment zodanig toegenomen dat er koortsachtig overleg plaatsvond in de regering. De premier van het land ging zelfs naar de keizer terwijl het voor dit soort zaken ongebruikelijk was.

De keizer zei: ‘Wat kosten die zilveren schoteltjes ons eigenlijk per jaar’. De premier boog diep alvorens hij zijn personal assistent raadpleegde en liet weten dat in dat jaar 59.000 geschenken waren uitgedeeld. Dat had wel 2,1 miljoen dollar gekost. De keizer schrok erg en vroeg de politicus een ander systeem te bedenken. Enige tijd later kon de bevolking in de krant lezen dat de regering had besloten de massieve schoteltjes te vervangen door een verzilverd exemplaar. Dat scheelde aanmerkelijk.

Maar dat was niet het einde van het verhaal want het aantal mensen in deze categorie nam alsmaar verder toe. Ook het goedkopere geschenk was op een gegeven moment te duur geworden. Men wilde toch het idee in stand houden en belandde uiteindelijk bij een kopje koffie. Van het zilveren schoteltje tot de koffie was al een hele weg geweest, maar dit leidde niet tot een fundamentele verandering. Een commissie hield zich inmiddels bezig met ethische vraagstukken en boog zich over het kostenplaatje. Het bleek niet zo eenvoudig om op dit gebied wetten te maken. Iemand stelde voor dat gezonde mensen vroegtijdig gingen nadenken of hun leven voltooid was. De staat zou ze dan helpen om de wens naar het einde te vervullen. Een ander kwam met een limiet voor medische behandeling van ouderen. Wanneer moet je stoppen. Men stelde dat de medische zorg zonder duidelijke richtlijnen onbetaalbaar zou worden. Ook het inzetten van meer robots in de zorg leidde niet tot de gewenst kostenreductie door de toename van de zorgvragers.

Veel ouderen waren echter topfit en uit onderzoek bleek dat zij ook op latere leeftijd hun steentje waren gaan bijdragen. Zij hielpen in buurten waar dat mogelijk was en inmiddels maakten ook steeds meer organisaties gebruik van hun denkkracht. De enorme levenservaring bleek goed bruikbaar te zijn. Doordat ze steeds gezonder werden ontstonden er ook sportclubs, waar mensen op leeftijd behoorlijke prestaties leverden. Kortom door de economisch factor die ze inmiddels waren geworden droegen ze enorm bij aan de kosten van de vergrijzing. Velen leefden nog lang en gelukkig !

Wim Verhoeven

Wilt u reageren op deze column? Stuurt u uw reactie naar info@kbonoordholland.nl

Terug naar boven

Door Marianne Castien-van Eijk, Ouderenadviseur Velsen

Wat men mij als ouderenadviseur vertelt!

Vreemd “bezoek”

Een mevrouw die ik bezocht vertelde, dat in haar straat, twee vreemde vrouwen hadden aangebeld bij haar buurvrouw, met de dwingende vraag: “U hebt zeker wel ónze brief van de Thuiszorg ontvangen?“. Nee dus!! Deze buurvrouw wist van niets en vóórdat zij ook maar iets kon ontkennen, stonden de twee vreemde vrouwen al in haar gang en duwde haar naar binnen. Want er ”moest gesproken worden over de thuishulp”!

U begrijpt het misschien al, deze twee vreemde vrouwen waren helemaal niet van de thuiszorg en hadden ook nóóit een brief gestuurd. Nádat ze naar binnen waren gegaan, is er toch stiekem nog een andere vreemde vrouw binnengekomen (de voordeur was niet helemaal goed dicht gedaan!) en deze laatste vrouw heeft alles boven overhoop gehaald en de gouden spullen meegenomen en is weer stiekem vertrokken!
Na een poosje vertrokken die eerste twee vreemde vrouwen met een ontredderde buurvrouw achterlatend!

Waarschuwing: laat nooit een vreemde binnen! Vraag gewoon of ze op een andere dag terug willen komen (dát doen ze niet!) en bel met het sociaal wijkteam of zij langs zouden komen voor een gesprek. Vraag altijd naar een legitimatiebewijs.

Denkt u nu niet, dat gebeurt altijd bij een ander, nee: dit is écht pas geleden gebeurd in IJmuiden! Wees maar ónbeleefd, stuur ze weg en roep naar binnen van: “Piet, kom even hier!” en maak die vreemde lui maar bang met uw hulp geroep! De kranten staan er vol mee en tóch gebeurt het elke keer wéér! Hopelijk bent u wéér gewaarschuwd en écht “vertrouw” dan maar niemand, het is niet anders!

Wanneer u een “alarm” heeft, gebruik deze dan óók en druk op de knop, zodat er hulp komt!

Marianne Castien – van Eijk

Agaath Vermast

Een beetje dom

Het is om mij dood voor te schamen maar ik heb mij via mijn smartphone laten oplichten! U zult zich afvragen: o gebeurt dat haar ook? Ja, ook ik, is het antwoord.

Hoe het precies gekomen dat weet ik niet meer. Maar het komt erop neer dat ik een spelletje op mijn telefoon ben gaan doen en iets kon winnen. Achteraf had dit als enig doel om mij, via dat spelletje, te koppelen aan een zogenaamde SMS dienst.
Zonder het te weten heb ik op enig moment op een OK knop gedrukt en daardoor zat ik aan een kostbaar abonnement vast. Ik was een makkelijke prooi, ik had van dit soort service nooit iets gehoord.

Zonder het te weten heb ik op enig moment op een OK knop gedrukt en daardoor zat ik aan een kostbaar abonnement vast. Ik was een makkelijke prooi, ik had van dit soort service nooit iets gehoord.

Gelukkig gaat mijn telefoonmaatschappij Vodafone mij bijna alle kosten terug betalen. Maar ook hebben zij tips gegeven om dit soort oplichting in de toekomst te voorkomen.
Ik wil dit graag met u delen want ik zal zeker niet de enige niet zijn die hierin is getrapt denk ik.

SMS services

  • Het betreft 4 cijferige telefoonnummers waar je mee kan SMSen
  • Door op enig moment tijdens het spelletje op OK te drukken bij deze 4 cijferige nummerreeksen zit je vast aan een abonnement.
  • Laat nooit uw nummer achter op een site waarop of waarmee je iets kunt winnen
  • Ontdekt u kosten op uw rekening die u niet herkent en met name van SMS diensten stuur dan direct de tekst STOP naar het nummer van de betreffende SMS dienst (4 cijfers) 

Meer informatie op: www.payinfo.nl en www.smsgedragscode.nl.  

Agaath Vermast

Terug naar boven

Terug naar  boven